Natuurgegevens Provincie limburg
.






Flora en vegetatie, Beschrijving van de onderzoeksmethode
Achtergrondinformatie Flora en vegetatie Beschrijving van de onderzoeksmethode
Beschrijving van de onderzoeksmethode
In het flora- en vegetatieonderzoek van de provincie staan de vegetatietypen centraal.
    Hierbij zijn individuele plantensoorten van belang voorzover het zogenaamde streepsoorten zijn, een groep soorten die naast bedreigde soorten, ook algemene verruigingsindicatoren omvat. Het onderzoek is niet specifiek op de verspreiding van soorten gericht, met uitzondering van de soorten van de Wet Natuurbescherming en soorten van het SNL-protocol (wanneer het onderzoek van de Goud-Groene natuur beteft).

    De provinciale vegetatiegegevens zijn verzameld met behulp van een door de provincie Limburg ontwikkelde variant op de landelijke standaard: het systeem van plantengemeenschappen van Westhof en Den Held. Dit systeem is aangepast om hanteerbare informatie voor het provinciale beleid te kunnen leveren. Uitgaande van het systeem heeft een globalisering plaats gevonden terwijl soms een nuancering of uitbreiding noodzakelijk was om sterk verarmde vegetatietypen en allerlei degradatiestadia te onderscheiden.
    De gehele provincie Limburg is verdeeld in ongeveer 800 deelgebieden, de z.g. telgebieden, die als inventarisatie-eenheid worden gebruikt. Ervaren waarnemers bezoeken een gebied in de periode april tot en met augustus op het moment dat de betreffende vegetatie optimaal ontwikkeld is of althans belangrijke plantensoorten goed herkenbaar zijn. Naast de vlakvormige landschapselementen (b.v. bossen, heiden en graslanden) zijn de lijnvormige elementen in het landschap (b.v. waterloopjes, bermen van onverharde wegen en graften) van belang. Wegbermen worden meegenomen in de kartering behalve als het bermen van verharde wegen zijn. Verharde wegen waarvan het weglichaam als zomer- of winterdijk fungeert worden evenals de klaverbladen en de taluds met een relatief groot oppervlak wel meegenomen. De vlak- en lijnvormige landschapselementen worden op de vegetatiekaarten begrensd en d.m.v. in "De Limburgse vegetatietypologie" genoemde vegetatietypen getypeerd.
    Het voor de vlakdekkende vegetatiekartering te onderzoeken gebied beslaat in principe geheel Limburg.
    Niet of onvolledig onderzocht zijn:
    • de stedelijke gebieden en de dorpskernen in het landelijke gebied
    • sommige recreatieterreinen
    • industrieterreinen voor zover in gebruik
    • bepaalde antropogene gebieden (b.v. nog in gebruik zijnde ontgrondingen)
    • natuurgebieden in eigendom van SBB (actualisatie gebeurt door SBB, data wel op deze site)
.
02-02-2020
eco-on-site